Jubileumjaar 2019: ’10’

Museum de Kantfabriek bestaat in 2019 maar liefst 10 jaar; een goede gelegenheid om de mooie geschonken objecten uit de depots tentoon te stellen aan het publiek. De combinatie met werk van hedendaagse textielkunstenaars laat zien hoe het museum de verbinding legt tussen historische en moderne kunst.

EXPOSITIES 2019

Technieken waardoor stoffen ‘ontstaan’
20 januari t/m 5 mei 2019

Aan deze wisselexpositie werken o.a.de volgende kunstenaars mee: Anneke Kersten, Ank Hazelhoff, Roos Cox, Paulien van Asperen, Japien Waskowsky, Marloes en Marleen Jongen, Corrie Hengeveld, Jo-Anne Meyer, groep EXPERIKANT, Kitty Korver, Trees Philipsen, Brigitte Eertink en Ankie Doenzen.

Er zijn demonstraties van de diverse handwerktechnieken:

  • Weefdemonstraties (dagelijks). Daarnaast komt Els Savenije op dinsdag- en donderdagmiddag weven op de Megado (computergestuurd weefgetouw). De andere weefsters geven demonstraties op 2- 3- en 4-schachts weefgetouwen. Deze zijn allemaal ter beschikking gesteld door de Firma Louët.
  • Kantklosdemonstraties: Op dinsdag zullen dames van Kantkring ’t Klöske hun kloswerk demonstreren. Op woensdagmiddag is Riet Sipman aanwezig met haar kloswerk.

We geven graag meer uitleg over de verschillende depots in ons museum:

Depot Weven

De oorsprong van het weven ligt zo ver terug in de geschiedenis, dat we die niet met zekerheid kunnen vaststellen. Waarschijnlijk is de techniek ontstaan in de prehistorie door het vlechten van in elkaar gedraaide plantenstrengen en vervolgens van (gesponnen) draden. De afbeeldingen die we vinden in de Egyptische graven geven aanwijzingen dat de Egyptenaren rond 2400 v. Chr. al gebruikmaken van weefgetouwen, zowel liggende- als staande getouwen. Rond 600  v. Chr. weven de Chinezen op zogenaamde trekgetouwen, waarop ze doek weven met ingewikkelde motieven. In de 6e eeuw na Chr. wordt een dergelijk getouw, mogelijk in Byzantium, ook bekend bij de Kopten. Deze Egyptische Christenen weven op staande getouwen die nu soms nog gebruikt worden voor het weven van wandtapijten, de zogenaamde Gobelinweefsels. In de 11e eeuw is de Italiaanse stad Lucca het voornaamste centrum van de zijdenweverij. In 1805 wordt de Jacquardmachine uitgevonden, het met de hand optrekken van de groepen kettingdraden wordt gemechaniseerd d.m.v. ponskaarten.

We onderscheiden verschillende vormen van weven zoals: Bandweven, Kaartweven, Gobelinweven en het weven op een getouw met meerdere schachten.

Depot Vilt
Mogelijk nog ouder dan weven is de techniek om vezels te vilten. Door een toevallige combinatie van wol, vocht en wrijving ontstond een stuk stof, een lap. Men ging zich met deze lappen beschermen, door er kleding van te maken en tenten of daken. Vooral een wolvezel haakt eenvoudig in elkaar vanwege de kenmerkende schubben. De oudst bewaarde viltresten werden gevonden in Klein-Azië.

Depot Breien en Haken
Brei- en haakwerk noemen we volkskunst, omdat dit door vrijwel alle lagen van de bevolking wordt beoefend. De techniek is zeer oud. Alle breiwerk tot in de 16e eeuw is met de hand vervaardigd. In 1589 wordt de breimachine door William Lee uitgevonden en worden de zijden kousen machinaal vervaardigd. Dit geldt alleen voor effen breiwerk. De gebreide kledingstukken – vaak met patronen – blijft handwerk. Na de Tweede Wereldoorlog verschijnt in veel huishoudens de tafelbreimachine die voor tijdsbesparing en nieuwe mogelijkheden zorgt.

In Friesland kent men nog een ander soort breiwerk, dat vroeger voornamelijk voor de klederdrachten werd gebruikt. Het bestaat uit een heel fijn kantbreiwerk.

Evenals breien werd haken vroeger op de basisschool als vanzelfsprekend onderdeel van het handwerkonderwijs voor meisjes beschouwd. We onderscheiden verschillende vormen van haken zoals: Guimpe haakwerk, Tunisch haakwerk en vormenhaken zoals Ierse kant met reliëf effect.

Depot Vlechten
Of het vlechten reeds in Egypte bekend was, valt niet met zekerheid te zeggen. Wel zien we op Egyptische beelden kleding die nauwsluitend is en een zekere elasticiteit bezit. De naam Egyptisch vlechten – die veel voor dit vlechten gebruikt wordt – dankt zijn ontstaan aan de opgravingen van Koptische graven uit de 4e tot 7e eeuw, eind 19e eeuw. Daar zijn toen mutsen, tassen en sjaals gevonden, die in toen nog onbekend vlechtwerk zijn uitgevoerd.

Niet alleen in Egypte, maar ook in de Scandinavische landen zijn vondsten gedaan. Dit vlechtwerk is van nog oudere datum. Zo heeft men in Denemarken op Jutland in 1871 mutsen en een haarnet gevonden (1500-1400 v. Chr.), dus uit de bronstijd. Eveneens is in Denemarken een houten vlechtraam ontdekt uit de tijd van de Vikingen (rond 800 na Chr.) Deze techniek wordt ook Sprang genoemd.

Het vlechten met losse draden kent veel variaties; met drie of meerdere draden, platte en ronde vlechten, lussen vlechten. Vaak versiert men de uiteinden van een geweven gordijn tot kleine kunstwerken. Waarschijnlijk is uit dit vlechtwerk de kloskant ontstaan.

Depot Knopen

Vanaf de vroegste tijden hebben praktisch alle volken zich beziggehouden met het knoopwerk, meestal voor functionele doeleinden. Zeevarende volken gebruiken knopen om vaartuigen vast te leggen en voor het maken van visnetten. In landen die niet met de zee in verbinding staan wordt knoopwerk gebruikt voor het vervaardigen van jachtnetten, het aan elkaar verbinden van palen om woningen te bouwen, vervlechten en knopen van dakbedekking.

Pas later toen de mensen meer tijd kregen en het knoopwerk niet meer alleen werd gebruikt om in het levensonderhoud te voorzien, kwam het accent meer op het versierend karakter van de knopen te liggen, zoals bij paardentuigen, zwepen en dergelijke. In de vissersdorpen houden de vrouwen zich niet alleen bezig met het boeten van netten, maar ze gaan ook matten en gordijnen knopen. De franjes van geweven doeken worden vaak kunstig geknoopt.

We onderscheiden verschillende vormen van knoopwerk zoals: Macramé, Filet-knopen en Frivolité.

Depot Kant


Waarschijnlijk is rond 1500 in Italië de genaaide kant ontstaan uit het ‘Open naaiwerk’. Door steeds meer draden uit het weefsel te verwijderen of weg te knippen, ontstaan er grote openingen die weer gevuld worden met borduursteken. Dit wordt ook wel ‘Naaldkant’ genoemd. Men veronderstelt dat ook van de ‘kloskant’ in Italië de oorsprong ligt en wel in het sierlijk vlechtwerk als afwerking van geweven doeken.

Als we het tegenwoordig over kant hebben, denken we aan Vlaanderen dat in de 16e eeuw eveneens een grote rol speelt in de kantwereld. Veel kantsoorten danken hun naam aan de stad waar ze vervaardigd worden, ieder met specifieke kenmerken zoals het gebruik van materiaal, achtergrond of patroon.


Expositie: Technieken om stoffen te bewerken en verwerken
19 mei t/m 25 augustus 2019

Met medewerking van o.a.: Marijke van Welzen, Cherylin Martin, Mieke Wille, Jacqueline van Bergeijk, Willy Schut, Minke van de Zande, Jeannie Cobben en Yvonne Scheele en de deelnemers van ons maandelijks QuiltCafé.


Expositie: Van object tot verzamelingen
8 september t/m 29 december 2019

Naast onze eigen verzamelingen zijn er ook textiele collecties van anderen beschikbaar voor deze expositie. Denk daarbij aan knopen, kindermutsjes, handwerkgereedschap, Leporello boekjes, zijtjes en nog veel meer. Ook zijn er stukken te zien van textielkunstenaars die er complete verzamelingen in hebben verwerkt.


Jaarrond handwerkatelier
In het handwerkatelier kunnen bezoekers ‘live’ zien hoe de diverse technieken uit de expositie worden toegepast.

« Terug naar de vorige pagina