met meneer Hub naar ‘Sculptural felt International’

Andreas Hubertus Coumans (meneer Hub) is de stichter van de Kantfabriek in Horst. Hij is 141 jaar en figureert sinds de opening van Museum de Kantfabriek in de verhaallijn van de textielhistorie van Horst. Hij zit achter zijn bureau en heeft een onderhoud met een van zijn medewerkers.

Ik moet meneer Hub wakker maken uit zijn middagdutje. Hij kijkt wat vreemd rond en lijkt zich af te vragen wat de bedremmelde jongeman voor zijn bureau komt doen. Dan ziet hij mij en een glimlach verschijnt op zijn grijze gezicht.
‘Dat werd tijd,’ zegt hij, ‘ik heb je al eeuwen niet meer gezien. Gaan we weer een rondje maken?’
‘Jazeker meneer Hub. Er is weer een nieuwe expositie die je beslist moet zien’, zeg ik en hijs hem in de rolstoel.
De vorige keer vroeg ik mij af waarom hij zo nors keek bij het passeren van de drie Textielbaronnen van Horst. Gelukkig hoef ik niet te vragen. Hij begint er zelf over.
‘Waarom heb ik geen titel en die oude mannen wel?, vraagt hij kortaf.’ Ik ben toch de belangrijkste in de Kantfabriek. Ik heb meer recht op een titel dan zij.’
‘Niet zo jaloers meneer Hub. Ben toch blij, jij hebt in je eentje een ereplek gekregen. Het is trouwens geen officiële titel hoor.

‘Het is dus een neptitel zeg je, ha ha ha…’ Zijn schaterlach galmt door het gebouw. De drie mannen kunnen hier niet om lachen.
‘Dan is het goed, daar kan ik mee leven.’ zegt hij tevreden. ‘Maar ik zal ze nooit nepbaronnen noemen, ik wil geen ruzie met mijn illustere voorgangers.’
We lopen opgewekt verder en komen bij de nieuwe expo ‘Sculptural felt International’.
‘Wat betekent die naam en waarom moet de titel in het Engels. Dat begrijpen de mensen toch niet?’, zegt hij.
Ik leg hem uit dat het een internationale tentoonstelling is die in mei naar Australië verhuist. Ik vertel hem over de viltkunstenaars uit diverse landen. We besluiten eerst de uitleg van het viltproces op het beeldscherm te gaan volgen.
‘Wat een ambachtelijk werk,’ zegt hij na afloop, ‘je moet heel wat doen voordat je aan je kunstwerk kunt beginnen.’
We bewonderen in de eerste ruimte de decoratieve schalen van Kitty Korver, de wandobjecten van Ching-Im Kim en de wat vreemde objecten van Anita Larkin.
‘Mooi hoor, het zijn een soort beeldhouwwerken. Prachtig die vormen en kleuren’, zegt hij eerlijk. ‘Ze hebben wel vaak titels die voor mij niet duidelijk zijn.’
We kijken vertederd naar de poppetjes die de foetusontwikkeling van de teddybeer voorstellen en ons herinneren aan ons eigen beertje van vroeger.
De eerste ruimte hebben we nu gezien en lopen naar het tweede deel met het grote ruimtelijke object van Jantine Koppert.
‘Dat heb ik nog zien ophangen. Het was een heel gedoe met die trapjes en ladders en heel veel handjes, jonge jonge wat een gehannes was dat!’
‘Ja..’, zeg ik, ‘Roel Sanders, die de expo heeft ingericht, vertelde mij dat het niet eenvoudig was. Het hangt nu toch erg mooi of niet?’
‘Ja, maar wat moet het toch voorstellen?’, vraagt meneer Hub nieuwsgierig.
‘Het heet de Essentials,’ zeg ik. ‘Ik heb er mijn eigen uitleg aan gegeven. Ik zie twee grote bloedvaten. Het ene bloedvat is rood en zuurstofrijk, het andere is blauw en zuurstofarm. De sculptuur stelt het leven voor’, zeg ik trots op deze uitleg.
‘Ja kerel, je weet het weer mooi te zeggen. Jij praat alles goed. Je mag gerust weten dat ik er moeite mee heb om te zoeken naar de betekenis. Voor mij moet het meteen duidelijk zijn’, zegt hij terwijl zijn aandacht naar de gevilte schilderijen van de dames Gille en Howsdeshell gaat.
‘Kijk, dat spreekt mij toch meer aan’, verduidelijkt hij. ‘Ik zou het thuis zo aan de muur willen hangen.’
We hebben nu alles gezien en rijden via de kantmachines terug naar zijn bureau.
‘Ik wil ook wel een keer een toer op mijn kop zetten’, zegt hij bij de toerenhoek. ‘Het is altijd een vrolijke boel  wanneer de bezoekers daar bezig zijn.’
‘Je kunt er een foto maken met een toer op je hoofd en de foto thuis via internet bekijken.
‘Via interwat,’ zeg je, ‘wat is dat?’
O jee, denk ik, hoe moet ik hem dat nu uitleggen. Dat zal hij zeker niet snappen.
‘Niet alles tegelijk meneer Hub. Daar hebben wij het een volgende keer wel over.’
‘Afgesproken’, zegt hij, ‘maar ik wil wel nog even kwijt dat ik van mening ben dat de kantmachines veel meer productie moeten maken. Dat was in mijn tijd wel anders!’

Piet Geurts,
‘Sculptural felt International….we felt like crossing borders’ van 18 jan 2015 tot  12 april 2015.

Voor vroegere rondleidingen met meneer Hub zie:

met meneer Hub  naar ‘Traditie ontmoet Toekomst’  <lees meer>
met meneer Hub  naar ‘Still Life’ <lees meer>