Met meneer hub naar ‘Liefde voor Kant’

‘Zet dat ding maar gauw af, het is geen gezicht’, zegt meneer Hub als hij met een toer op voor de spiegel met de camera zit.

‘Inderdaad, je hebt geen gezicht’, zeg ik.
‘Dat bedoel ik niet, dat weet je best. Het ziet niet uit, het is belachelijk voor de baas van de Kantfabriek. Ik snap niet waarom de bezoekers zoveel lol hebben als ze die toer opzetten.’
‘Je foto staat nu wel op internet, iedereen kan hem zien’, zeg ik voorzichtig.
Hij kijkt mij gelaten aan: ‘Oh dat is niet erg, ik heb toch geen gezicht, niemand kent mij’.

 

 

Na de teleurstellende fotosessie gaan we op weg naar de nieuwe tentoonstelling ‘Liefde voor Kant’ uit de kantverzameling van Jan Geelen. Daar verheugt hij zich enorm op, vertelde hij. Kant is zijn hele leven.
We groeten onderweg de drie textielbaronnen en beginnen de expositie bij de uitleg van de verschillende kantsoorten: naaldkant, kloskant en machinale kant.
Meneer Hub vertelt: ‘Naaldkant vind ik het mooiste. Het wordt op een drager gemaakt. De drager wordt naderhand weggehaald en een zeer fijne en luchtige kant blijft over. Kloskant is ook erg mooi maar wat minder transparant, het moet zijn eigen stevigheid vormen. Onze machinale kant is minder mooi als het handwerk, wij kunnen alleen repeterende patronen maken. Maar onze kant was wel voor de gewone man betaalbaar.’
Hij bekijkt met grote belangstelling het verzamelde werk. ‘Alleen jammer dat de geschiedenis niet vermeld is. Ik had graag geweten welke neusjes in de mooie zakdoekjes gesnoten zijn. Maar ik snap het wel, Jan heeft veel gevonden op markten die natuurlijk geen geschiedenis bij kunnen houden.’
Dan wordt hij stil. Zijn gedachten zijn ver weg. Plotseling zegt hij: ‘Ik zou graag die kant willen voelen. Zou dat kunnen?’
‘Je ziet de bordjes dat je niets mag aanraken,’zeg ik. ‘Maar ik denk dat Jan het niet erg vindt wanneer we in het verhaal een uitzondering maken.’
Ik pak voorzichtig een hoofddoek en houdt het zachtjes tegen zijn wang. Meneer Hub sluit zijn ogen en zucht: ‘Dat heb ik al tijden niet meer gevoeld. Wat een zaligheid. ‘Even later zegt hij: ‘Mijn vrouw droeg ook veel kant en ik zag dat graag.’
‘O ja, moest ze reclame maken voor kant?’, opperde ik. ‘Wat droeg ze zoal?’
Hij draait zijn hoofd naar mij en briest: ‘Het gaat je niet aan wat zij droeg. Dus geen brutale vragen meer, wil je?’
Ik weet genoeg en vraag niet verder. Meneer Hub is het incident snel vergeten. We rijden verder. Hij kent alle soorten kant en benoemd ze foutloos. Er is heel oude kant bij, de oudste is van 1850. Hij is weer helemaal terug in zijn wereldje.
Op het eind van de rondleiding bekijken we in de nevenexpositie de mooie kleding en foto’s van Suzanne Jongmans. Ik merk dat hij moe wordt. We gaan terug naar zijn werkplek. Ondertussen spreekt hij uitvoerig zijn bewondering uit voor Jan Geelen, voor zijn verzameldrift en zijn grote liefde voor kant.
Voldaan gaat hij achter zijn bureau naast zijn kantklosmachines zitten.
‘Je bent weer erg bedankt jong, ik heb genoten. Ik zie je wel weer een keer verschijnen. Maar ik moet toch nog even kwijt dat de kantmachines nog steeds veel te weinig productie maken. Dat was in mijn tijd wel anders!’

Piet Geurts

‘Liefde voor Kant’ was te zien van 3 mei 2015 tot 1 september 2015.